ALS ADAM EN EVA voelen Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard zich verstoten uit het paradijs. Een dansduo stopt.

Trouw, 20-01-2005
interview door Sander Hiskemuller

Masaccio's fresco "Adam en Eva verdreven uit het paradijs" prijkt op de website, op het programmaboekje is het woord EXIT in oververhitte celluloidletters op een afbeelding van een theaterzaal gebrand. Als Adam en Eva van de moderne dans is het 'EXIT' voor choreografenduo Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard. Niet uit het Hemels Paradijs, wel uit het Kunstenplan.

Verbazingwekkend hoe snel een klein dansimperium kan afbrokkelen. De studioruimte moet leeg, het koffiezetapparaat is al bijna ingepakt. Maar eerst werkt het duo nog hard aan hun artistieke zwanenzang over weggaan en afscheid nemen, 'Exit'.
Staatssecretaris Van der Laan volgt het negatieve advies van de Commissie Dans. Dat houdt in dat de choreografen Bronkhorst en Jongewaard, beiden 53 jaar per 1 januari van dit jaar geen overheidssteun meer ontvangen. Na 28 jaar spraakmakende dansprodukties, een Gouden Dansprijs, de Sonia Gaskell-prijs en het winnen van het prestigieuze choreografieconcours Bagnolet. zouden de sterk theatrale en beeldende choreografieën volgens de commissie 'een sjabloon' zijn geworden. Jongewaard:"Dat getuigt van grote domheid. Als je geen oog hebt voor de ontwikkeling van een kunstenaar die voor de verandering eens niet meegaat met de waan van de dag, heb je geen oog voor kunst".

Voor 'EXIT' baseren Bronkhorst en Jongewaard zich op het bijbelse gegeven van Adam en Eva die uit het paradijs worden verdreven. Bronkhorst: "We vragen ons af wat er daarna met hen gebeurt. Adam en Eva hebben elkaar waarschijnlijk nog nooit zo liefgehad als het moment dat ze door de engel werden verjaagd. Dat laten we uitmonden in een teder liefdesduet. Ook als mensen niets van onze situatie afweten blijft het een mooi duet". Jongewaard:"EXIT is een commentaar op onze situatie, maar we maken er een metafoor van waar het publiek zijn eigen gevoelens op los kan laten".

Bronkhorst: "Er klinkt hoop uit EXIT . Natuurlijk voel ik mij vreselijk, maar ik wil niet verbitterd raken. Alhoewel ik na de laatste voorstelling wel even zal huilen. Ergens zijn we blij bij de groepen te horen die uit het bestel zijn geknikkerd. Het voelt alsof we aan de goede kant staan"." Piet Rogie, Hans Tuerlings, Ko van den Bosch, Ton Kas, Willem de Wolf: ze hebben voor kabaal gezorgd en moeten allemaal het veld ruimen".

Jongewaard: "We zijn nooit aaibare mensen geweest. Dat komt ons nu duur te staan. We zijn de luizen in de pels van de dans die steeds burgerlijker en conformistischer wordt; een speelbal voor beleidsmakers die zich laten leiden door bezoekersaantallen en zoiets vaags als internationalisering. Daar moet een kunstenaar zich helemaal niet mee bezighouden. Op een congres vroeg een jonge choreograaf aan het panel hoe hij zijn stukken uit efficiënt oogpunt langer op zijn repertoire zou kunnen houden. Toen dacht ik : ga maken! Zoveel mogelijk! Tot je er bij neer valt! Wij hebben altijd de tamtam gezocht, opwinding en opschudding willen veroorzaken, de oerbron die theater in onze ogen is."

De tamtam van Truus Bronkhorst begon begin jaren tachtig. Beïnvloed door Koert Stuyf, de vader van de performancekunst in Nederland, volgde ze haar eigen spoor met performances waarin ze op zoek ging naar een eigen expressieve verbeelding van emoties en gedachten. In haar legendarisch geworden solo's in het Amsterdamse Shaffytheater als 'LOOD' ( 1988 ) , GOUD(1989 ), en ZWARTE BlOESEM ( 1990 ), scheerde Bronkhorst in thema's als liefde, eenzaamheid en dood, langs pathos en ironie, ontroering en hilariteit. Ze trad hierin op als geisha, hoer, nar of regentes: sterke en onafhankelijke vrouwen waarin ze een scherp protest liet doorklinken tegen de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, arm en rijk, wit en zwart.

In de groepstukken die ze daarna maakte, nu met Marien Jongewaard, werd het protest pregnanter. Commentaar op het machismo en geweld in een mannenwereld kwam tot uiting in "THE FALL"(1997 ), en "`1,2,`,1,2,3,"(1999),. De fysieke confrontatie tussen de mannelijke dansers werd fraai afgezet tegen hun kwetsbare en tedere kanten, niet gespeend van een flinke dosis homo-erotiek. Jongewaard: "Voor onze zwarte, homoseksuele en vrouwelijke dansers hebben we altijd iets gemaakt wat emanciperend is."
Als Bronkhorst en Jongewaard er definitief mee ophouden, verstomt dan ook het protest in de dans? En is die überhaupt in deze tijd nog wel nodig? Jongewaard: "Ga naar welke dansbijeenkomst dan ook: de uitreiking van de VSCD-prijzen, de festivals. Dan zie je al die mannen, al die schouwburgdirecteuren, die heel gezapige kunstmaffia, De jonge generatie dansmakers conformeren zich daaraan. Iedereen denkt: als ik dat niet doe, dan neem ik risico. " Bronkhorst: "Je ziet pogingen om de dans een maarschappelijke inhoud te geven, maar als je het ergens over wilt hebben moet je er ook wel echt wakker van liggen. Dat zie ik niet in de voorstellingen terug". Jongewaard: "Wij komen uit een generatie van struggle. De nieuwe dansmakers moeten op zoek naar hun eigen 'trappende beweging'. Dan trap je er misschien wel eens naast , maar je trapt!


[ terug naar Exit ]