'DE KLAP MOET BIJ HET
PUBLIEK AANKOMEN NIET BIJ DE SPELERS'
Elsevier,
6 januari 1996
door Marijke Hilhorst
De dansvoorstelling GOODBYE BODY gaat de komende twee maanden op tournee in
Nederland. Een gesprek met de maakster die wil dat het publiek drie momenten
onthoudt: 'dat waarop u wegliep, dat waarop u uw genitaliën wilde beschermen
en het moment waarop u keek zonder te denken en hoe goed u alles begreep.'
Met GOODBYE BODY deelt Truus
Bronkhorst de ene klap na de andere uit.De danseres/choreografe noemt het zelf
een 'wreed' ballet, waarin ook de zachtere delen aankomen als mokerslagen. Zo
is het. Het publiek verlaat dan ook geslagen de zaal, in grafstemming, met de
laatste a capella gezongen woorden van LIBERA ME uit Faure's Requiem nog in
de oren. 'Duidelijker dan ik nu heb gedaan, kan ik me niet uitdrukken' zegt
ze later, daarmee iedereen die nog denkt een vraag te hebben over dit ballet,
de pas afsnijdend.Ze danst liever dan dat ze praat. Ook op het papier dat bij
de voorstelling wordt uitgereikt, is geen woord te veel gebruikt. Er staan negen
punten op die aangeven waarnaar we moeten kijken, beginnend bij '1. Kijk: hoe
we van stilstand een dans maken. Tot 9. Kijk: uw netvliezen gebiologeerd en
onbeschermd'.We keken.
Er zit een enorme woede in de voorstelling. Je herkent contrasterende paren:
haat en liefde, chaos en orde, hollen en stilstaan. Er zijn momenten dat je
wilt verzoeken op te houden, murw van wat er onder het kille lamplicht gebeurt.
Er is een aangrijpende scène van een rouwende vrouw, en maar liefst drie
delen worden gedanst op rouwmuziek. Toch overheerst het geweld.
'Geweld' weet Bronkorst is onderdeel van ons dagelijks leven.. Ooit toen we
jong waren, onbezonnen en optimistisch hebben we gedacht dat er een dag zou
aanbreken waarop oorlog voorgoed tot het verladen behoorde. Gehoopt hebben we
het in ieder geval. Maar het is niet zo. Integendeel. Wij lezen ook de krant,
we kijken naar het nieuws, we weten wat er gebeurt in de wereld om ons heen.
Je kunt je niet altijd op de vlakte houden. Op een gegeven moment betrapte ik
mezelf op een soort onaanraakbaarheid; de televisie bracht gruwelijke beelden
binnen van oorlogssituaties en het raakte me niet. De ondoordringbare kracht
van het zelfbeschermende schild schokte haar. Toen besloot ze voor de nieuwe
theaterproductie een vorm te zoeken om die ogenschijnlijke onverschilligheid
de kop in te drukken. Je wil het publiek laten weten dat het wèl erg
is, oorlog en alle andere vormen van geweld. Ik zou het ze onder de neus wrijven
door geweld te laten zien. Door klappen uit te delen die raken.
Twee dansers beginnen een schijngevecht met elkaar. Ze kennen blijkbaar een
soort filmklappen die veel lawaai maken maar niet echt aankomen. Tenminste ,
dat hoop je. Hun huid wordt desondanks wel erg rood. Die klappen oefenen ze
zodat ze steeds overtuigender worden. Aanvankelijk lacht het publiek wat om
het duidelijk gespeelde geweld. Tot het spel lijkt om te slaan in ernst. Bittere
ernst. Het blijft niet bij slaan. Er wordt ook getrapt. Om beurten smijt men
elkaar op de grond en trapt de ene man de ander in het kruis. Hard. In een kaal,
genadeloos belicht decor zitten tegen de achterwand de andere dansers als 'toeschouwers'.
De mannen onverstoorbaar. De vrouwen lijden mee en rollen uiteindelijk over
de vloer van pijn. Hun lichamen krimpen bij elke uitgedeelde trap schokkend
in elkaar.
'Dat is echt theater', zegt Truus Bronkhorst, terwijl ze haar sportschoenen
uittrekt, haar voeten masseert.' Die twee mannen trappen elkaar vijftien keer
in de maand wel een uur lang in het kruis. Ze hebben een techniek geleerd. Ze
voelen er niets van. De slagen moeten bij het publiek aankomen ; niet bij de
spelers. Ja, het gaat maar door. En nee, het loopt ook niet goed af. Sprookjes
met een happy and hebben we nu wel gezien'.
Theater zoals Truus Bronkhorst dat al decennialang maakt, is compromisloos,
persoonlijk, dwingend, eigenzinnig en uniek. Haar voorstellingen bestaan niet
uit gepolijste pasjes en behaagzieke dansjes -'door dat soort dans ben ik nog
nooit ontroerd geraakt'-, maar uit krachtige bewegingen die met elkaar een zoektocht
vormen naar de kern.'Ik stel mij voor dat het pas iets kan worden als mensen
dansen met meer dan honderd procent intensiteit. Niets mag je overhouden; naakter
dan naakt sta je daar, elke avond weer alsof je leven opgeëist kan worden.
En dat gestileerd, want het is pas theater als je een vorm vind voor wat je
wil zeggen'.
Dans is het middel waarvoor zij al heel lang geleden heeft gekozen. Middel,
want dans is materiaal om iets over te dragen. Ze heeft een hekel aan dans die
blijft steken in virtuoze techniek. 'De tendens in moderne dans is om steeds
virtuozere, gecompliceerder bewegingen voor te schrijven. Resultaat is dat de
blessures niet van de lucht zijn. En ik vind blessures zonde van de tijd. Bij
grote gezelschappen zijn ze onverschillig: een geblesseerde wordt gewoon vervangen
door een ander. Niemand hoeft er iets van te merken.'fulmineert Bronkhorst.
De aanleiding vormde een herinnering aan een recensie waarin haar werd verweten
gebruik te maken van erg eenvoudig bewegingsmateriaal; je kunt alles technisch
ingewikkelder maken maar dan blijft er niets over om uit te drukken.'En daar
gaat het haar om.
'Goede kunst is altijd persoonlijk.' Dat wat Truus Bronkhorst wil laten zien,
dringt zich in een langdurig proces aan haar op en ontvouwt zich stukje bij
beetje voor het publiek. 'Een voorstelling ontstaat intuïtief, bijna buiten
jezelf om. Het dringt zich op', probeert ze het scheppingsproces te beschrijven.
Het klinkt als een bekend verhaal over beeldhouwen: de figuur zit al in het
ruwe blok marmer verborgen als je gaat hakken. Je moet hem zien bloot te leggen.
Onthullen is hard werken. Al hakkend verkent Truus Bronkhorst haar grenzen en
mogelijkheden. Dat is wat ze wil.
'Goede kunst is altijd gelaagd'. Maar wie niet lui, dom of onbenullig is -en
voor hedendaagse beeldende kunst moet je je ook inspannen- belandt uiteindelijk
bij de kern. En de kern raakt altijd iets wezenlijks in ons bestaan, dus heeft
het te maken met leven en dood.'Marien en ik hebben niets mee te delen in boodschapperige
zin. We maken een voorstelling omdat die zich zo aan ons opdringt: Wij gehoorzamen
als het ware een wet'
Voor het applaus na afloop doen ze het ook niet. Wie voor applaus danst , is
geneigd compromissen te sluiten. Truus Bronkhorst danst omdat ze dansen moet.
Maar, zegt ze uiteindelijk:'Je kunt mij niet gelukkiger maken dan door te vertellen
dat er mensen waren die huilend de zaal verlieten'.
Mochten die er geweest zijn dan zijn ze aan de waarneming ontsnapt. Wel hoorden
we die ene vroegtijdige afhaker iets mompelen over engagement. Zegt Bronkhorst:
'Dat woord vat ik op als een compliment. We willen ook betrokken zijn bij alle
zaken die het leven bepalen. En alle kunst is geëngageerd. Als je geen
betekenis aan kunst, in welke vorm dan ook, kunt toekennen, is zij nutteloos.'
Zelfs de schaarse keren dat Truus Bronkhorst over ik spreekt, bedoelt ze eigelijk
we; Marien Jongewaard en ik.'Marien en ik doen alles samen,. We kennen elkaar
al sinds de theaterschool en zijn inmiddels tien jaar samen, getrouwd. Onze
levensgeschiedenissen lijken op elkaar, en bij een productie als GOODBYE BODY
zou ik achteraf niet eens meer kunnen zeggen wat nu Marien z'n inbreng is en
welke delen meer van mij zijn. Ze vormen de spreekwoordelijke twee zielen, één
gedachte. Elkaar met ideeën confronterend komt er vanzelf een gezamenlijk
eindresultaat tot stand.Ook in het huishouden neemt Marien de helft voor zijn
rekening; 'Hij doet boodschappen en kookt altijd, dat kan ik niet. Misschien
moet ik eens een cursus gaan volgen, want nu is het zelfs zo ernstig dat ik
helemaal niet eet als Marien er toevallig niet is.'
En dan delen ze hun grootste schat, hun dochter wier naam onmiddellijk doet
denken aan vervlogen zomerse dagen met strakblauwe luchten waarin de letterpiloot
met wolken schreef: Roxy,'Roxy is anderhalf. Ik ben verliefd op haar, ook al
ga ik elke dag stuk, want het is ongelooflijk vermoeiend. En niet alleen omdat
wij 's avonds werken en zij om zes uur 's morgens al wakker is. Een kind van
haar leeftijd neemt nooit een pauze in aandacht vragen. Ik heb dan ook ontzettend
moeten wennen aan haar continue aanwezigheid; Het gekke is dat juist het werk
- hoe inspannend het ook is- mij in staat stelt tot mezelf te komen, afstand
te nemen.'
Op haar negenendertigste pas stak de wens een kind te willen de kop op. Voor
die tijd had het haar niet echt beziggehouden. En als dat onverhoeds wel het
geval was, bleef de conclusie: kan niet. Ik ben danseres. Tussen het besluit
met de pil te stoppen en de geboorte van Roxy zitten nog een paar jaar. Ik had
me er al bij neergelegd helemaal geen kinderen te krijgen. Het duurde en duurde
voor ik zwanger werd, en is het eenmaal zo ver dan moet je nog negen maanden
wachten. Soms gaan dingen te langzaam. Vaak te snel. De dood bijvoorbeeld waarover
de makers in het programma een poëtische uitspraak doen: 'In omgekeerde
richting rennen we er van af, er op toe, de dood.'
GOODBYE BODY heeft alles te maken met dood, met afscheid van het lichaam. De
ontstaansgeschiedenis van deze dansvoorstelling begon met particuliere rouw.
'Mijn broer stierf heel plotseling, in juni, en ondanks allerlei onderzoek weet
nog niemand waaraan. Hij was net zevenenveertig. Het was de eerste keer dat
ik van zo dichtbij met de dood werd geconfronteerd, en het mysterie er rondom
heen greep me aan'. Uiteraard herkende ze het lichaam als dat van haar broer,
maar tegelijkertijd realiseerde ze zich heel goed dat hij het niet was. 'Een
dode is zo heel anders dan een slapende. Het is wel heel goed om te zien want
door dat enorme verschil tussen de slapende en de dode is het makkelijker te
accepteren'. Met die rouw, nog zo scherp als een versgeslepen snavel van een
krijsende meeuw, is het logisch dat de voorstelling GOODBYE BODY heet. Afscheid
van het lichaam van die ene, of van allen, zegt het programma.
Hoewel ze haar katholieke opvoeding ver achter zich heeft gelaten, blijft de
vertrouwdheid met religieuze elementen in het leven. Lang zocht ze naar plaatsvervangers,
naar antwoorden op al haar vragen, in de astrologie, in andere godsdiensten,
tot ze uitkwam bij het inzicht dat raden naar, haar beter beviel dan weten.
'In de zesde klas van de lagere school vertelde de juf dat Adam en Eva natuurlijk
nooit echt bestaan hebben. Op dat moment draaide er in mij een knop om, die
het proces van afvallen in werking zette. Nu geloof ik meer in kunst dan in
God. Beeldende kunst kan mij echt raken.
De affiniteit met beeldende kunst is al in haar vroege jeugd tot stand gekomen.
Op een wonderlijke wijze. Als kind in Heerlen maakte ze de bouw mee van een
kerk naar een ontwerp van de architect Peutz. Het was een rond gebouw, opgetrokken
uit lichtgrijs beton en aanvankelijk heel kaal en kleurloos. Met het geld dat
werd opgebracht door de gelovigen tijdens de wekelijkse collectes kreeg de kerk
allure. De glas-in-loodramen en andere verfraaiingen waren in opdracht gemaakt
door kunstenaars uit de directe omgeving. Zo werd het 'ons' gebouw. Bovendien
een parochie met een vooruitstrevende pastoor waar aangepaste diensten werden
gehouden. Zo heb ik de moderne kunst leren waarderen. De Zuidlimburgse Kerk
liep begin jaren zestig voor op de rest van Nederland. Daarom zijn ze later
zo hard teruggefloten.
Haar vader werkte als constructeur bij de Staatsmijnen - een heel creatieve
geest-. Moeder had in haar jeugd zo hard moeten meewerken in het huishouden
dat ze besloot dat haar eigen kinderen nooit iets zouden hoeven doen-, daarom
kan ik dus niet koken. Truus wist al voor ze bewust kon denken dat ze danseres
wilde worden. Dus onmiddellijk na de vijfjarige H.B.S. vertrok ze, zestien jaar
oud , naar de Nel Roosacademie in Rotterdam. Amsterdam werd te gevaarlijk geacht
voor zo'n jong meisje. Ík stierf van de heimwee. Ik kende niemand. Er
zaten allemaal van die nufjes op school met wie ik me niet verwant voelde. Met
Pasen was ik alweer terug in het zuiden.
Om iets te doen, ging ze in een winkel werken tot het nieuwe studiejaar aanbrak.
Ze koos voor psychologie in Utrecht. '.Daar kende ik meer mensen uit Heerlen
maar de studie viel me enorm tegen. Ik vertrouw op mijn intuïtie en kom
zelden bedrogen uit, maar de psychologie wijst intuïtie af als onwetenschappelijk,
onbewijsbaar. Ik stelde me altijd voor dat het leven interessanter moest zijn
dan wat de psychologen erover wisten te vertellen. Maar het was al mijn tweede
studie dus heb ik nog een hele tijd doorgezet. Mysterie boeit me meer dan feitenkennis.
Wel alles kapot analyseren maar de vraag blijft of je te weten komt wat een
mens drijft' Na een paar jaar kroop het dansbloed toch waar het niet gaan kon.
Ze ontdekte Koert Stuyf met wie ze zich verwant voelde en die ze bewonderde.
Maar het noodlot heeft nog meer pijlen op zijn boog. Nauwelijks is ze aangenomen,
of hij stopt.
Truus Bronkhorst is 23 jaar als ze begint op de afdeling moderne dans van de
theaterschool en 27 als ze klaar is. Op die leeftijd hebben de meesten al een
aardige carrière opgebouwd. Aan de andere kant zullen een heleboel anderen,
die net als zij te jong begonnen en struikelden, nooit meer zijn opgekrabbeld.
'Ik ben geworden wat ik altijd wilde worden: danseres.'
[ terug naar Truus Bronkhorst, Marien Jongewaard
and Friends ]