Recensie
van I FEEL GOOD
De Groene Amsterdammer, 29-03-2003
door
Loek Zonneveld
De ruimte is wit, de vloer
, de gordijnen, het licht, in mijn herinnering net als in MONGOOLSE DANSEN,
de vorige choreografie van het duo Bronkhorst/Jongewaard. Vijf vrouwen komen
op, in zwarte slips en hemdjes, op hun hoofd rechtopstaande, roze konijnenoren
"Bunny-oren", fluistert een meneer naast me, wat het handelsmerk van
het tijdschrift PLAYBOY schijnt te zijn. De vijf vrouwen pakken de symmetrisch
op de grond liggende microfoons en zingen a capella het mij ook al weer onbekende
I FEEL GOOD. Daarna gaan ze weer af. In de witte leegte klinken vervolgens de
eerste tonen van Strawinsky's SACRE DU PRINTEMPS. Je ondergaat de lieflijkheid
van die eerste maten. En je hebt meteen weet van de verschrikkingen, van het
ritmische geweld dat volgen gaat.
Een voor een komen de vijf danseressen terug en gaan op de maagdelijke grond
zitten. Op de tonen van een weemoedige fagot openen zij hun ontblote benen,
en sluiten ze weer, begeleid door heftige bewegingen van hun bovenlijf en hun
hoofd. Daarna komen vier mannen op, ook een voor een.Een jonge blonde heeft
een angstwekkend superieure glimlach. Een andere, ik herinner me zijn kortgeschoren
kop, is getooid met een nonchalante, onverstoorbare mimiek.
Dan beginnen de duetten. Het is parenavond, wat heet : paringsavond. Er is een
vrouw te veel, of liever: een man te weinig. En in Strawinsky's SACRE zal die
vrouw het zelfverkozen lenteoffer worden. In de woorden van het "scenario"dat
Strawinsky voor zijn dansmuziek (in 1913) schreef:" een van de maagden
wordt tot offer gewijd en wordt tot twee maal toe door het lot aangewezen: ze
wordt twee keer omsloten door de kring van onafgebroken dansenden".
Het liefdesspel verworden tot veldslag, slagveld. Een streling wordt wurggreep,
een neukbeweging gaat over in een gezamenlijke zijwaartse rol, met af en toe
een blik (bij de vrouwen) die duidt op"oeps wat overkomt me hier",
de koele reactie van de man:'die beweging doen we nog eens over".
Strawinsky's SACRE wordt vrij ruw onderbroken. In mijn herinnering verdwijnt
iedereen weer, het licht verandert, de vrouwen komen terug, maar nu in lange
zwarte jassen. De muziek verandert, HELICOPTER QUARTETT zegt het programma,
van de Duitse componist Stockhausen, en op de vloer wordt het nu menens.Nog
wildere bewegingen, topsport in het liefdesspel, dat die naam (spel) allang
niet meer verdient. Kreten van de vrouwen, grommen door de mannen. Opeens, als
de cadans van het wilde bewegen bijna onverdraaglijk is geworden, is iedereen
opnieuw weg. Het licht dimt. En op de witte achterwand wordt een zwart-witfilm
geprojecteerd. Het is "herschikte' porno, scènes uit bestaande films,
door Boris Gerrets gemonteerd op het ritme van de muziek. De film duurt denk
ik tien minuten, het lijkt een uur. We zien voornamelijk gezichten, erbarmelijk
beroerd geacteerde afdrukken van extase, de staccato volgehouden illusie van
eindeloos klaarkomen. Ik schuifel ongemakkelijk op mijn stoel, blijf wel gefascineerd
kijken, signaleer ondertussen gezucht, gesteun en gesis van mijn medekijkers.
Niemand loopt weg.
Het opnieuw optreden van de dansers werkt als een bevrijding. Ze maken het lenteoffer
af, een wild bewegen op de gulzige, verslindende tonen van Strawinsky's onverbiddelijke
slagersmuziek. Mijn hart springt opnieuw open. Als het offer is geofferd- de
kleinste van de danseressen moet eraan geloven- krijgt I FEEL GOOD een troostrijke
finale, die zo zacht is dat ik het na alle geweld van hiervoor bijna niet meer
kan incasseren.
Verdooft lees ik na afloop: "I FEEL GOOD is een poging om tederheid vast
te leggen. Niet dat tederheid zich laat choreograferen. Kun je alleen maar laten
gebeuren. I FEEL GOOD is de dans, is de vormeloze obsessie van begeerte, die
altijd blijft, omdat er niets beweegt". Ik wil meteen terug naar de zaal.
Om het allemaal nog een keer mee te maken.
Misschien is dat wel de kracht van een schuldeloos bewegen: je wilt dat het
nooit meer over gaat.
[ terug naar I Feel Good ]