Liefdevol einde aan intense choreografie

Noord Hollands Dagblad, 11-02-2003
door Sander Hiskemuller

Een choreografie op Strawinsky's "Le Sacre Du Printemps ' is doorgaans voor elke zichzelf respecterende choreograaf het magnum opus. De heilige muziek wordt in de dansvoorstelling I FEEL GOOD gebruikt als achtergrondmuziek voor een compilatie bewerkte porno, meer dan levensgroot op een achterdoek geprojecteerd.
Groot wordt er ingezoomd op de extatische gezichten van de pornoacteurs op weg naar een orgasme. Tientallen stellen die het doen trekken tot vermoeienis op het filmdoek voorbij. Tot ergernis en voyeuristische schaamte.

Het vormt een pesterig, zij het niet provocatief welkom in het dansante universum van dansmakers Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard. Een opmaat voor wat het duo noemt 'een poging om tederheid vast te leggen.

De vijf danseressen die vervolgens getooid met Playboy bunnyoortjes een lied zingen, dansen verderop met een getekend macho-snorretje. De dansvoorstelling barst van dergelijke contrasten. De zwaar beladen symboliek waar het choreografenduo mee werkt, komt heel wat subtieler uit de verf in de danstaal; zwaaiende armen en benen worden abrupt afgewisseld door naar binnen gerichte bewegingen met hier en daar een komisch huppelpasje.

Le Sacre komt terug als motief voor het lenteoffer.Vijf danseressen en vier dansers kunnen na wat heen en weer gesnuffel slechts vier duo's vormen. Altijd blijft er iemand over, wat volgt is angst en wanhoop, vervaarlijk in de rondte wiegende heupen, als een primitieve rite in dans vastgelegd.

Het lastig toegankelijke tweede deel van de voorstelling is gezet op Stockhausens HELICOPTER QUARTET , waarin helikoptergeratel de boventoon voert.Samen met snerpende violen wordt dat als mitrailleurvuur op de toeschouwers afgevuurd. De danseressen persen zich repetitief in de pose van een extatische madonna, dan weer zoeken ze als trippelende musjes hun plek op het toneel. Als de heren zich bij hen voegen volgen prachtig gechoreografeerde synchrone duetten (met weer die buitengesloten danseres) die eindigen in een erotische uitputtingsslag op de grond.

De mens wordt in I FEEL GOOD, zoals in alle stukken van het choreografenduo, vol compassie uitgebeeld. Puur en zonder enig compromis. De dansers hijgen, ronken, zingen, tellen en excelleren in beweging. Ontdaan van elk vals sentiment.

Het thema van I FEEL GOOD zou tederheid moeten zijn, maar dat uit zich door alle intensiteit nogal gebrekkig. Het enige echte tedere onderdeel in deze dansproductie is het laatste, wonderschone duet. Dan zien we de mooie Bronkhorstdanser Marc van Loon liefdevol zijn armen om het middel van zijn vrouwelijke danspartner leggen. Een groter contrast hadden de choreografen niet kunnen bereiken. De reis door het universum van Bronkhorst en Jongewaard eindigt met een liefdevolle lach.


[ terug naar I Feel Good ]