Pakkende
Beelden en Pure Dans
NRC handelsblad, 15-12-01
door
Isabella Lanz
Als choreograaf Truus Bronkhorst
en regisseur Marien Jongewaard de reclame in waren gegaan, hadden ze vast en
zeker goed geboerd. Want pakkende , symbolisch beladen beelden kunnen ze maken.
Bijvoorbeeld dit: danser staat in Christushouding, de armen gespreid. Hij draagt
bokshandschoenen en omklemt twee brandende kaarsen. Of : danseres met hertengewei
houdt een jachtgeweer omhoog terwijl ze vrouwelijk op de spitzen trippelt en
een expressieve grimas trekt.
Agressie, geweld oorlog, mannenellende kortom, MONGOOLSE DANSEN is ervan doortrokken
en uiteraard speelt 11 september op de achtergrond mee. Het uitblinken in veelzeggende
beelden is maar een troef van dit choreografenduo.Ook niet niks is hoe ze aaneensluitend
anderhalf uur hun danstheater vloeiend vullen, door dramatisch suggestieve beelden
te versmelten met pure dans. Resultaat is een uitermate coherente choreografie
waarin elke beweging en elke geste betekenis dragen.
De dans heeft sinds Bronkhorst niet meer zelf optreedt een prominentere plek
gekregen. Dans draagt in MONGOOLSE DANSEN net als in hun vorige productie SOUL
zelfs nu het geheel. Dat is een verrijking want Bronkhorst blijkt een meesterlijk
choreograaf. Door vanuit extreme eenvoud te werken weet ze de schoonheid van
de (hoofdzakelijk) klassieke danstaal voor zich te laten spreken. Daarin toont
ze een opvallende overeenkomst met Hans van Manen. De specifieke man/vrouw ruitformaties
en het roomwitte sobere decor met de zwarte kleding herinneren zelfs concreet
aan diens GROSSE FUGE.
Toch is Bronkhorst geen na-aper en ook al geen pure neoclassicist. Ze gebruikt
en mengt juist graag technieken en stijlen; de impulsieve ademstoot uit de moderne
techniek, de aardse drift van Afrikaanse dans of gewoon lekkere dartele dans
uit de disco. Maar het sobere kader en de lucide helderheid in de choreografie
zijn wel dominant en heffen fraai de zwaarte van het drama op. Daardoor juist
krijgen onmacht en woede een goede plek in het geheel, zoals blijkt uit de brute
verkrachtingsscène.
Evenals gevoelens van rouw, ingetogen getoond door de negen dansers die langzaam
met de blik naar beneden gericht hand in hand op het publiek toelopen: Gelukkig
is temidden van de door Mozart's requiem ondersteunde serieuze zaken nog ruimte
voor onbedorven jolijt, gepersonifieerd door Jacques Laurent Madiba, een zeer
aantrekkelijke danser uit Kameroen. Maar ook zijn eclatante danssolo eindigt
in een strijdbare pose, waarbij de witte strepen op zijn benen ineens veranderen
in vervaarlijke krijgskleuren. Een solo op Strauss' romantische Alpensinfonie
- met Marc van Loon in bonte donsbroek als edele Prins en Zwanenkoningin ineen-
vormt het formidabele slot, heerlijk larmoyant door de symboliek van catharsis
en tegelijkertijd oprecht prachtig als ode aan danser en danskunst.
Het jeugdige rebelse uit hun vroegere producties, hun verontwaardiging over
wat mensen elkaar aandoen en engagement is zeker niet verdwenen, het aankaarten
van onze hypocrisie evenmin. Wel is de toon veranderd, die is donkerder en dieper,
vol gerijpt besef van wat humaniteit is, en solidariteit.
[ terug naar Mongoolse Dansen ]