SOUL zou een parade van
menselijke waardigheid zijn. Een programma voor al die zielen die hun hart uit
hun lichaam hebben gezongen, gebeden en gedanst.Zegt het programma. Dat mag
allemaal wel waar zijn, maar de nieuwste voorstelling van het duo Truus bronkhorst
en Marien Jongewaard is toch voor alles een fantastische choreografie, een dansstuk
waarin de hartslag van begin tot dik anderhalf uur later aan het einde aaneengesloten
klopt, op hol slaat, soms even stil staat alsof de adem wordt ingehouden en
weer met een stevige beat doortikt. Vol warmte en levendige opwinding, vol 'soul'
inderdaad. Als in een lange adem worden beladen thema's als liefde en oorlog
in dans vertaald.
De strijd tussen de seksen wordt markant verbeeld in een even mooi als pijnlijk
duet waarmee Marc van Loon en Sylvie Huysman het stuk openen. Vernedering spreekt
uit de dwingende hand waarmee hij in het haar van de vrouw grijpt en haar doet
buigen, verzet daarentegen blijkt onomwonden uit het been dat zij krachtig tegen
diens borstkas plant. Een dansthema dat -soms in veelvoud- zal terugkeren, wat
het geheel een uitermate dwingende structuur geeft. Veel milder van aard is
de gestileerde tangodans op Kagels accordeonklanken. En tragikomisch is vooral
de scène waarbij een sprookjesachtig mooie prins met diamanten hart door
twee clowns wordt belaagd. Magisch vooral is hoe de expressieve Ian Butler met
zijn soepele torso en bezwerende armen een solo danst, onder het goedkeurend
oog van Boeddha. Als zalf voor alle hartzeer fungeert de groepsdans van de mannen,
die even langgerekt is als de Indiase raga waarop deze gezet is en die zijn
vervoerende uitwerking niet mist. Gelukkig eindigt SOUL wel optimistisch, uitgelaten
zelfs, op relaxte jazz van Miles Davis. Zelfs de dwingende mannenhand uit het
begin blijkt dan een kameraadschappelijke aai over de bol te zijn.
SOUL is alleen al choreografisch een juweeltje, helder en sober als een echte
Hans van Manen. Daarbij weten de makers zonder larmoyant te worden in de dans
behoorlijk zware zaken aan te pakken. De sobere vormgeving, met uitgekiend licht
en fraaie kostuums, werkt oogstrelend. En de dansers vertolken de choreografie
met verve. Vooral Van Loon en Huysman bezitten een bijzondere uitstraling waarmee
ze in het voetspoor van Bronkhorst treden. Met SOUL overtreft Bronkhorst zelfs
haar formidabele THE FALL.
Met dank aan Jongewaard, Bronkhorsts rechterhand en mederegisseur.
[ terug naar Soul ]