SOUL IS ONTHUTSEND VERTOON VAN KRACHT

NRC Handelsblad, 17-04-2000
door Mirjam van der Linden

Met de hand op de linkerborst rolt het woord "peace" hun bijna geluidloos over de lippen. Het is de laatste stellingname van de elf dansers in SOUL, een hoopvolle wereldreis in reuzenstappen langs de kern van de zaak. Was getekend: Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard, het duo dat performance en dans, anarchie en toegankelijkheid wonderbaarlijk gladjes heeft weten te versmelten.

Grofweg bestaat de voorstelling uit twee delen, die in sfeer een beweging van west naar oost maken en tevens een verloop van verleden naar toekomst suggereren. Het is een cultureel divers panorama dat hier, zonder poeha, terloops wordt neergezet. Opvallend is dat de strijd aanvankelijk een grotere rol speelt dan later. En dat de vrouwen, vier in totaal, na enkele bijna pure mannenballetten weer terug zijn, met Bronkhorst als aanvoerster.

Muziek die niet schuwt hart en ziel direct aan te spreken, maakt een mooie lijn langs liefde en lijden. Van de romantische Schumann, theatrale Kagel en religieuze Bach naar de ijlere Prince, meditatieve Ahir Bhairav en sensuele Miles Davis, die vlak voor het eind nog even worden onderbroken door de eigentijdse pianoklanken van Jacob ter Veldhuis. Klassieke passen, gebruikt met een mengeling van afschuw en bewondering voor het strakke lijnenspel, krijgen een folkloristische huppel naast zich. Vloeiende, cirkelachtige bewegingspatronen moeten een swingende salsaheup of dolksteek in eigen borst verwerken.

De conflicten zijn als vanouds bij Bronkhorst en Jongewaard, die hun carrières in 1993 samenvoegden. Tegen een wit achterdoek, met daarvoor een loshangend plastic dat lichtprojecties kabbelend op de vloer laat weerkaatsen, ontvouwt zich een helder gestructureerde choreografie over de kracht en onmacht van mannen en vrouwen, van dansers en ballerina's, van gestileerde en meer vrije vormen van dans.

Bij aanvang worden meteen enkele leidmotieven geïntroduceerd, die daarna in wisselende formaties worden uitgewerkt. Een zwarte zwaan in tutuachtige jurk wordt door haar partner stevig bij de kruin gevat, naar beneden geduwd en in een hellende, zijwaartse pose gezet. Het is vertoon van kracht, op de onthutsend subtiele grens van houvast en onderdrukking, teamwork en machtsvertoon, sport en dans.

En dan opeens schiet haar ene been, dat soms onder haar rok verdwijnt gelijk een slapende flamingo, als een karatestoot tegen zijn borst. Het is een van de geliefde doorbrekingen van de codes.

De ommekeer loopt via twee clowns met puntmutsen, die zich eerst verlustigen over een lekker donker danserlichaam en dat vervolgens bewenen als een gevallen Christus. Na deze opperste symboliek, humor en ernst ineen, is het toneel dan toch nog aan de mannen alleen.
In een intrigerende trance-sessie van repeterende bewegingen dijen ze uit van een naar zeven. Het ritueel van starheid en controle heeft plaatsgemaakt voor dat van spiritualiteit en overgave.

Als in de finale bewegingscitaten uit de hele voorstelling soepel verworden tot een prachtig nieuwe bewegingssequentie, en iedereen begint te swingen, is alles wat rest het motto van SOUL: GET UP, GET INTO IT, GET INVOLVED.


[ terug naar Soul ]