Met de hand op de linkerborst
rolt het woord "peace" hun bijna geluidloos over de lippen. Het is
de laatste stellingname van de elf dansers in SOUL, een hoopvolle wereldreis
in reuzenstappen langs de kern van de zaak. Was getekend: Truus Bronkhorst en
Marien Jongewaard, het duo dat performance en dans, anarchie en toegankelijkheid
wonderbaarlijk gladjes heeft weten te versmelten.
Grofweg bestaat de voorstelling uit twee delen, die in sfeer een beweging van
west naar oost maken en tevens een verloop van verleden naar toekomst suggereren.
Het is een cultureel divers panorama dat hier, zonder poeha, terloops wordt
neergezet. Opvallend is dat de strijd aanvankelijk een grotere rol speelt dan
later. En dat de vrouwen, vier in totaal, na enkele bijna pure mannenballetten
weer terug zijn, met Bronkhorst als aanvoerster.
Muziek die niet schuwt hart en ziel direct aan te spreken, maakt een mooie lijn
langs liefde en lijden. Van de romantische Schumann, theatrale Kagel en religieuze
Bach naar de ijlere Prince, meditatieve Ahir Bhairav en sensuele Miles Davis,
die vlak voor het eind nog even worden onderbroken door de eigentijdse pianoklanken
van Jacob ter Veldhuis. Klassieke passen, gebruikt met een mengeling van afschuw
en bewondering voor het strakke lijnenspel, krijgen een folkloristische huppel
naast zich. Vloeiende, cirkelachtige bewegingspatronen moeten een swingende
salsaheup of dolksteek in eigen borst verwerken.
De conflicten zijn als vanouds bij Bronkhorst en Jongewaard, die hun carrières
in 1993 samenvoegden. Tegen een wit achterdoek, met daarvoor een loshangend
plastic dat lichtprojecties kabbelend op de vloer laat weerkaatsen, ontvouwt
zich een helder gestructureerde choreografie over de kracht en onmacht van mannen
en vrouwen, van dansers en ballerina's, van gestileerde en meer vrije vormen
van dans.
Bij aanvang worden meteen enkele leidmotieven geïntroduceerd, die daarna
in wisselende formaties worden uitgewerkt. Een zwarte zwaan in tutuachtige jurk
wordt door haar partner stevig bij de kruin gevat, naar beneden geduwd en in
een hellende, zijwaartse pose gezet. Het is vertoon van kracht, op de onthutsend
subtiele grens van houvast en onderdrukking, teamwork en machtsvertoon, sport
en dans.
En dan opeens schiet haar ene been, dat soms onder haar rok verdwijnt gelijk
een slapende flamingo, als een karatestoot tegen zijn borst. Het is een van
de geliefde doorbrekingen van de codes.
De ommekeer loopt via twee clowns met puntmutsen, die zich eerst verlustigen
over een lekker donker danserlichaam en dat vervolgens bewenen als een gevallen
Christus. Na deze opperste symboliek, humor en ernst ineen, is het toneel dan
toch nog aan de mannen alleen.
In een intrigerende trance-sessie van repeterende bewegingen dijen ze uit van
een naar zeven. Het ritueel van starheid en controle heeft plaatsgemaakt voor
dat van spiritualiteit en overgave.
Als in de finale bewegingscitaten uit de hele voorstelling soepel verworden
tot een prachtig nieuwe bewegingssequentie, en iedereen begint te swingen, is
alles wat rest het motto van SOUL: GET UP, GET INTO IT, GET INVOLVED.
[ terug naar Soul ]